Retour, waddisda?

Posted on Categories TolkenTags

[Lisez notre traduction française ici.]

 

Zoals ik in de inleiding van een eerder artikel al zei, bestaat het tolkenjargon vooral uit Franse leenwoorden. Relais, cheval, décalage … het zijn er wel wat. Vandaag buigen we ons over de retour.

De retour maakt vergaderingen efficiënter

Ja, inderdaad. Wie niet vertrouwd is met tolken, denkt vaak dat je voor een doorsnee vergadering met twee werktalen, één tolk nodig hebt. Als ik om advies word gevraagd en dit hoor, dan leg ik eerst uit dat tolken een heel intensieve bezigheid is die je als tolk niet veel langer dan drie kwartier kunt volhouden zonder dat je vertolking eronder begint te lijden, en dat je dus voor een vergadering die langer dan drie kwartier duurt, twee tolken nodig hebt. Niet altijd, maar vaak is de reactie dan een begripvolle reactie, waarbij de klant of prospect dan antwoordt: “Uiteraard, één tolk die van het Nederlands naar het Engels tolkt, terwijl de andere tolk in de andere richting tolkt.” Opnieuw moet ik dan een beetje bijsturen. Daar waar het voor schriftelijk vertaalwerk in de meeste gevallen gewenst is om een zogenaamde native speaker of moedertaalspreker (van de doeltaal) in te schakelen, ligt dat voor tolken, met het oog op een kostenefficiënte bijeenkomst, toch anders.

Maar hoe dan?

Tolken werken altijd in tandem, zoals we hierboven hebben gezien. Daarbij zal de ene tolk de andere aflossen na een half uurtje (of sneller als de vergadering of conferentie pittig is). Dat betekent dat je als tolk telkens een half uur ‘permanentie’ hebt en dus tolkt naar de taal die nodig is. Stel, je faciliteert een vergadering met Nederlands en Engels. Zolang er in de zaal Nederlands wordt gesproken, tolk je naar het Engels. Zodra er Engels wordt gesproken in de zaal, tolk je naar het Nederlands. Een half uurtje lang. Dan is het aan je collega en kunnen je hersenen een half uurtje rusten.

En waarom precies is dat efficiënter?

Wel, aangezien het op voorhand vaak moeilijk in te schatten is hoeveel er naar de ene taal en hoeveel naar de andere taal getolkt zal moeten worden, zou je – aangezien je steeds met zijn tweeën moet zijn, mocht een bepaalde taal langer dan drie kwartier aaneen gebezigd worden – vier tolken nodig hebben voor een bijeenkomst met twee talen: twee tolken die bijvoorbeeld van het Engels naar het Nederlands tolken, en twee tolken die in de andere richting tolken. Dat zou ook betekenen dat er telkens maar één tolk tegelijkertijd aan het woord zou zijn en er drie zouden zitten te wachten. Kun je tolken strikken die zowel van het Nederlands naar het Engels, als van het Engels naar het Nederlands kunnen tolken, dan heb je genoeg aan twee dergelijke tolken.

Maar wat is dan precies de retour?

Wel, als je als tolk van je moedertaal naar een vreemde taal tolkt (wat dus meestal niet gewenst is voor schriftelijke vertalingen), dan tolk je naar je ‘retourtaal’. Een retourtaal, of B-taal, is een vreemde taal die je ook actief beheerst. Dat is nog anders dan een C-taal of passieve taal, namelijk een vreemde taal die je perfect begrijpt, zonder dat je naar die taal zou kunnen tolken. Maar met een volwaardige retourtaal kun je dus als tolk perfect ingezet worden om netjes jouw half uur te tolken, ongeacht de taal die gesproken wordt in de zaal, waarna je afgelost wordt door je collega-tolk, die dan zijn half uurtje op zich neemt.

Wilt u nog een term uitgelegd zien? Lees dan ons artikel over de relais.